Gepubliceerd op 27 oktober 2012 15:40

Training Levensreddend Handelen voor chauffeurs is praktisch en telt mee voor code 95.

“Stel, je rijdt op de provinciale weg, in de middle of nowhere. Je kijkt in je spiegel en ziet een passagier wegtrekken. Hij wordt wit, begint te zweten en ademt moeilijk. Geen AED in de buurt, het eerste dorp is 15 minuten rijden. Wat doe je? ” Instructeur Frans, zelf oud-buschauffeur, kijkt zijn leerlingen hoopvol aan. “ Ehm, 112 bellen?” mompelt er een. De rest gniffelt. En zo begint de training Levensreddend handelen voor chauffeurs.

Rotterdam, een woensdagochtend in oktober. Een groep buschauffeurs van vervoersbedrijf Q-buzz is verzameld in een zaaltje voor de training Levensreddend Handelen voor chauffeurs van Realert Opleidingen. Ze zijn hier omdat de training meetelt voor code 95, voor zeven lesuren. Zonder training, geen chauffeursrijbewijs van het CBR. “Maar dat is niet het enige,” vertelt een chauffeur. “Er kan van alles gebeuren in de bus. Ongelukken, mensen die ziek worden. Met deze training kan je in de praktijk ook echt iets.”

Qbuzz17 Klein
Oefenen met de stabiele zijligging

“Hij begon ineens te schudden”

Instructeur Frans van Realert Opleidingen geeft deze training al een tijdje en weet hoe hij mensen mee kan krijgen. “In de ochtend is het tijd voor theorie, de middag praktijk,” legt hij uit aan de cursisten. “Dan mogen jullie zelf aan de slag. Ja, we gaan ook oefenen met reanimeren. Nee, niet op elkaar.”

Eerst een opfrissing van de theorie. Hoe herken je een hartinfarct, een shock, een hersenbloeding? Wat doe je als een passagier in elkaar zakt, of een fietser op je bumper ligt? En een kind dat stikt in een snoepje, achterin je bus? Op de kop houden of toch niet? Met het doornemen van allerlei mogelijke rampscenario’s die kunnen gebeuren in een bus, komen stukje bij beetje de verhalen los. Alle buschauffeurs hebben veel praktijkervaring. Allemaal hebben ze wel iets meegemaakt. Eentje noemt een passagier die met de rugtas ergens bleef haken, een ander vertelt over een mevrouw met een pijnlijke val. En dan was er die epileptische aanval: “Die passagier ging over zijn hele lijf schokken. Dat was best eng.” En regelmatig dronken mensen natuurlijk. Altijd mee uitkijken. 

Trainen in de bus zelf

Instructeur Frans gaat mogelijke scenario’s langs. Hoe moeten ze handelen als een passagier stikt bijvoorbeeld? Je kunt niet achter de passagier gaan staan, de stoelen zijn te groot. Frans laat zien hoe je de Heimlich-methode toch kan uitvoeren, met behulp van een mede-passagier. Een vuistslag en het snoepje moet losschieten. “Om de bus exact na te bootsen, wordt als het nodig is een bus nagebouwd in het lokaal. Met nette rijen stoelen achter elkaar,” vertelt Frans later. “Dan wordt het veel levendiger. Maar het mooiste is als het praktijkgedeelte van de training in de bus zelf plaatsvindt. Dat doen we als het mogelijk is, anders bootsen we het na in het lokaal. De chauffeurs zien dan zo’n situatie meteen voor zich en daardoor onthouden ze veel beter wat ze leren. Trainingen op maat afstemmen werkt altijd het beste.”

En dan nu: zelf aan de slag

Na de lunch is het tijd voor het praktijkgedeelte. De chauffeurs moeten reanimeren. “Dit is een passagier,” zegt Frans terwijl hij wijst op de beademingspop. “Je weet niet wat er is gebeurd, maar deze meneer is ineens in elkaar gezakt op een stoel, terwijl jij aan het rijden was. Je hebt de bus gestopt, de meneer ligt in het gangpad en daar zit je dan. Doe je best.”

Dsc02614
Reanimeren: oefening baart kunst

Wat onzeker gaat de eerste chauffeur aan de slag. Hoe werkt dat ook alweer? Slachtoffer aanspreken, schudden, ademhaling controleren, en dan beginnen met reanimeren. Dat was 30 keer drukken, twee keer beademen toch? De meesten hebben het goed onthouden. Het reanimeren gaat redelijk. De een drukt wel te hard (“ Oei, dat is weer een gebroken rib”) en de ander te zacht (“Dieper drukken, de bloeddruk valt weg”) maar langzaam begint het ritme te komen. Aan het eind heeft iedereen zijn serie goed voltooid. En is de fictieve passagier gered.

Herhalen, herhalen, herhalen

“ Toch goed dat we dit weer geoefend hebben,” merkt een van de chauffeurs op. “Het was al even geleden, en je vergeet het zo snel.” Zijn collega beaamt het: “Het zal je maar overkomen, dan hoop je maar dat je nog weet wat je moet doen.”
Frans glimlacht een beetje. “ Het enige dat helpt is oefenen jongens. Herhalen, herhalen, herhalen, tot het goed gaat.” En dat is precies wat er die middag in Rotterdam gebeurt: oefenen. En dat gaat natuurlijk stukken beter met hier en daar een flink staaltje chauffeurshumor. Je legt elkaar tenslotte niet elke dag in stabiele zijligging: “Zit ik eindelijk aan je bips, jongen!”

Inschrijven voor de training Levensreddend Handelen voor chauffeurs kan hier .

Terug naar de andere berichten